|
In het voortgezet onderwijs geldt een maximale verblijfsduur van vijf jaar voor het vmbo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo. Voor de bovenbouw van het havo en vwo bepaalt de school hoe lang leerlingen hierover mogen doen. Als leerlingen in de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs blijven zitten, kan de school hen in een lager niveau plaatsen. Ze kunnen dan toch binnen de verblijfsduur van maximaal vijf jaar het vmbo of de onderbouw van het havo afronden. Overschrijden leerlingen de maximale verblijfsduur, dan kunnen ze niet overstappen naar een lager niveau voor voortgezet onderwijs, maar stromen ze door naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). En omdat ze geen diploma hebben, stromen ze normaal gesproken door naar een niveau 1-opleiding in het mbo. Een andere oplossing is om via de staatsexamencommissie of het particulier onderwijs alsnog een voortgezet onderwijs diploma te halen. De bovenbouw De bovenbouw van havo/vwo kent geen door de overheid opgelegde maximale verblijfsduur. Nagenoeg alle scholen trekken de verblijfsduur echter zelf door. In praktijk betekent dit dat scholen in het schoolreglement opnemen dat leerlingen maximaal één keer mogen blijven zitten en één keer mogen zakken voor het examen (of twee keer blijven zitten in verschillende klassen). Daarna moeten ze van school af. Praktijkonderwijs Als leerlingen praktijkonderwijs volgen, kunnen ze langer over de opleiding doen. Ze mogen op school blijven tot het schooljaar waarin ze negentien jaar worden. Dit kan met toestemming van de Inspectie van het Onderwijs met één jaar worden verlengd. Ze kunnen dan op school blijven tot het schooljaar waarin ze twintig jaar worden. Uitzonderingen In de volgende situaties kan de verblijfsduur verlengd worden naar zes jaar: - als leerlingen basisonderwijs buiten Nederland hebben gevolgd. Ze kunnen een extra leerjaar krijgen onder de voorwaarde dat ze aan het begin van het vijfde leerjaar nog geen achttien jaar zijn
- als leerlingen langdurig ziek zijn of door overmacht een groot deel van het onderwijs niet hebben kunnen volgen.
De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt op basis van een verzoek van de school of leerlingen inderdaad mogen afwijken van de regels.
|